Aan het woord

“Op naar toekomstvaste besluiten voor water en bodem”

Met alles wat er naast klimaatveranderingen op ons afkomt – van de transities in energie en landbouw tot biodiversiteit en de grote vraag naar woningen – is ‘integraliteit’ meer dan ooit het sleutelwoord. Dat integraal plannen maken behoorlijk complex is, bleek ook na twee jaar IRM. Na een pas op de plaats wordt daarom nu éérst gewerkt aan duidelijke kaders die leidend zijn voor gebiedsgerichte plannen. In gesprek met IRM-stuurgroepvoorzitter Jaap Slootmaker en Piet Zoon, voorzitter van de Adviesgroep Rijn.

Piet Zoon en Jaap Slootmaker
Piet Zoon en Jaap Slootmaker

Juist omdat de klus die we in het rivierengebied moeten klaren zo ingewikkeld is, zijn Jaap en Piet blij met de gefaseerde aanpak waartoe na de herijking is besloten.

Eerst leggen we nu de nationale beleidskeuzes vast voor ‘water’ en ‘bodem’ in het Programma onder de Omgevingswet (PoW) IRM. Dit zijn keuzes die richting geven aan de ontwikkeling van de riviersystemen. Daarna werken we plannen in en met partners in de regio’s verder uit. Dat zorgt voor meer overzicht én snelheid.

“Natuurlijk is juist de integrale aanpak van IRM goed. Maar als je álles op de hooiwagen tast, moet je opletten dat die niet omvalt”, reageert Piet Zoon. “Integraliteit heeft het risico van stroperigheid in zich, en er is juist veel behoefte aan daadkracht.”

“Er is altijd nóg wel een onderzoek te doen”, vult Jaap aan. “Maar we moeten nu vooral ook aan de slag. Een deadline helpt natuurlijk.” Dus is nu afgesproken dat de stuurgroep het Ontwerp PoW in april 2023 tegemoet kan zien, waarna de terinzagelegging en besluitvorming volgen.

Vóór de stuurgroep heeft de achterban van Piet dan al kunnen reageren, net als de Klankbordgroep Maas. Voor de nog openstaande onderzoeksvragen voor na 2023, zetten we een Kennisprogramma 2023-2029 op. Ook dat is een uitkomst van de herijking.

Draagvlak in het rivierengebied

In de Adviesgroep Rijn en de Klankbordgroep Maas zijn maatschappelijke organisaties uit het rivierengebied vertegenwoordigd. Zij denken mee over de Deltaprogramma’s Rijn en Maas en waren ook co-creators tijdens de Bouwdagen IRM.

“Het is belangrijk om ook de komende tijd de stem van de omgeving mee te wegen”, onderstreept Piet. “Als het goed is, gaan maatschappelijke organisaties en lokale overheden na vaststelling van het PoW al over ongeveer een jaar aan de slag in hun regio. Vergeet dus niet om bijvoorbeeld de nieuw gekozen gemeenteraden goed te informeren en aan te haken.”

Jaap: “Mijn beeld is wel dat tijdens die Bouwdagen vanuit de regio’s breed is bijgedragen aan IRM. Dit heeft geleid tot gedeelde (toekomst)beelden over de rivieren en ook gezorgd voor draagvlak voor wat we te doen hebben in het rivierengebied. Juist door nu landelijk toekomstgerichte besluiten te nemen over waterafvoercapaciteit, waterverdeling en bodemligging, hopen we dat er straks meer duidelijkheid en handelingsruimte ontstaat om gebiedsgericht aan de slag te gaan.”

Op naar uitvoeringskracht in de regio

De bestuursovereenkomst die tegelijk met het PoW in concept klaar moet zijn, biedt houvast voor samenwerkingsafspraken in de regio’s. “Hopelijk ondersteunt die bestuursovereenkomst straks de uitvoeringskracht”, zegt Piet. Want ook dat is een kluif. “Regelgeving staat vaak haaks op integraal denken en ons openbaar bestuur is er qua systeem nog niet op ingericht.”

Een ander vraagstuk: hoe inwoners mee te nemen? “Je wilt in elk geval géén herhaling van de regionale energiestrategieën, waar bij de uitvoering uiteindelijk veel weerstand ontstond.” Een participatieplan is nu in de maak om hier handen en voeten aan te geven.

Hoe dan ook zullen we duidelijk moeten maken in onze communicatie dat niet alles kan, vinden beide voorzitters. “We moeten vooral geen verstoppertje spelen en eerlijk zijn over keuzes”, verwoordt Jaap. “Er is geen oplossing zonder nadelen.”

En al is het ingebakken in onze ‘Hollandse cultuur’ om te denken dat we alle waterproblemen kunnen oplossen, er zijn grenzen aan de maakbaarheid. We hebben de rivieren willen beheersen met dijken en stuwen, maar merken nu dat die oplossingen ook hun keerzijde hebben, onderstreept Jaap. “Kijk naar de sedimenthuishouding en bodemdaling die nu problemen opleveren.”

Het Programma onder de Omgevingswet voor IRM

In het (Ontwerp) PoW komt een visie op hoe het toekomstbestendig rivierengebied eruitziet in 2050. Daarnaast leggen we er beleidskeuzes in vast voor de rivierbodemligging, sedimenthuishouding en afvoercapaciteit van het riviersysteem. Die zijn samen met systeemingrepen voor een klimaatbestendige en robuuste riviernatuur bepalend voor hoe we gebiedsgericht verdergaan met IRM. Tot slot omvat het PoW een overzicht van (prioritaire) gebieden waar we het eerst aan de slag willen.

Het PoW wordt ‘vertaald’ in een algemene bestuursovereenkomst tussen rijk, provincies en waterschappen en ook die is in april 2023 in concept klaar. Hierin staat onder meer hoe het PoW meegenomen wordt in regionaal beleid, hoe we gaan samenwerken en hoe we komen tot gebiedsuitwerkingen voor de prioritaire gebieden.

In gebiedsspecifieke bestuursovereenkomsten maken samenwerkende partijen vervolgens afspraken over organisatie, governance, aanpak, werkwijze en financiering van de gebiedsgerichte uitwerkingen.

Het Ontwerp PoW leggen we eerst voor aan de bestaande overlegstructuren van Deltaprogramma’s Maas en Rijn, waarna het in april 2023 voorgelegd wordt aan de stuurgroep IRM. Na vrijgave leggen we het Ontwerp PoW ter inzage, met de milieueffectrapportage als bijlage. Iedereen kan daar dan op reageren door het indienen van zienswijzen.

Op naar het PoW

Al met al is het dus nog steeds niet eenvoudig. Maar dat de ‘knip’ in planvorming gaat helpen, daarvan zijn Jaap en Piet overtuigd. Dus wordt de deadline van april 2023 natuurlijk gehaald. Piet: “Genoeg gepraat, nu actie. Dat was ook te horen tijdens de IRM-bijeenkomst medio april, na de herijking.” Jaap: "We moeten onszelf niet de ruimte bieden om die deadline niet te halen. Zonder onrecht te willen doen aan al het vele, mooie werk dat is verzet: daarna beginnen we pas ‘buiten’. Daarbij is van belang dat we het tempo er goed in houden en dat we binnen afzienbare termijn concrete plannen opleveren om zichtbaar te maken wat IRM kan betekenen.”

Als we een jaar vooruitkijken: wanneer zijn de voorzitters dan tevreden? Hoe waardevol de IRM-pilots ook zijn, volledig ‘integraal’ zijn ze in de ogen van Piet niet. Hij zou het dan ook mooi vinden om snel te starten met een pilot om in het gebiedsgericht werken vooral ook ervaring op te doen met integraal samenwerken in de regio.

En Jaap? “Als er in het PoW straks toekomstvaste besluiten staan, ben ik tevreden. En als die beleidskeuzes kunnen rekenen op bestuurlijk draagvlak en in de regio’s worden gezien als verstandige maatregelen om met zowel extreem hoogwater als extreem laagwater om te gaan.”

Jaap Slootmaker, Directeur generaal Water & Bodem, ministerie van IenW
Jaap Slootmaker, Directeur generaal Water & Bodem, ministerie van IenW

Voorzitter stuurgroep IRM Jaap Slootmaker

Jaap Slootmaker is directeur-generaal Water en Bodem bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en is voorzitter van de stuurgroep IRM. De stuurgroep krijgt het Ontwerp Programma onder de Omgevingswet IRM in mei 2023 voorgelegd. Hieraan wordt na de herijking in de eerste drie maanden van 2022 hard aan gewerkt.

“Het is vanuit mijn drijfveer geweldig om te werken aan maatschappelijke opgaven. Nu is 'water’ wat mij betreft wel een van de allerbelangrijkste: we hebben de komende tijd een enorme opgave voor de boeg. Mooi om aan te werken, zeker als je bedenkt dat ik geboren en getogen ben in het rivierengebied van de Betuwe.”

Piet Zoon, Voorzitter van de Adviesgroep Rijn
Piet Zoon, Voorzitter van de Adviesgroep Rijn

Voorzitter Adviesgroep Rijn Piet Zoon

Piet Zoon is voorzitter van de Adviesgroep Rijn, waarin maatschappelijke organisaties vertegenwoordigd zijn. Zij zijn adviseurs en een denktank voor het Deltaprogramma Rijn, maar ook voor het kernteam IRM. Ook bewaken de leden dat we hun achterban meenemen in de ontwikkeling van integraal riviermanagement.

“Na omzwervingen door Nederland in verband met mijn bestuurlijke functies, ben ik nu weer neergestreken in Zeeland, waar ik ook ben geboren. Ik heb als klein kind het water daar door de straten zien stromen tijdens de watersnoodramp. Sindsdien heeft dat ‘water’ mij nooit meer losgelaten. Ik was waarnemend dijkgraaf, was betrokken bij Ruimte voor de Rivier en ben onafhankelijk procesbegeleider van een dijkversterkingsproject in de regio Zwolle.”