Aan het woord

Jette Eshuis: “Stap één is bodemerosie stoppen”

Al eerder was Jette Eshuis nauw betrokken bij IRM, onder meer als onderzoeker van Beeld op de Rivieren. Nu is ze opnieuw aan boord. Met haar team bereidt Jette de onderdelen visie, beleidsbeslissingen en prioritaire gebieden voor, voor in het Ontwerp Programma onder de Omgevingswet (POW) voor IRM. En dat alles gericht op 2050, met een doorkijk naar decennia daarna.

Splitsingspunt IJsselkop in de Rijntakken: hier wordt de verdeling van laagwater en hoogwater deels bepaald. Foto: Siebe Swart luchtfotografie
Splitsingspunt IJsselkop in de Rijntakken: hier wordt de verdeling van laagwater en hoogwater deels bepaald. Foto: Siebe Swart luchtfotografie

“Het schrijfteam is hard aan de slag”, steekt Jette van wal. Aan haar de taak om dat proces te coördineren en alle onderdelen bij elkaar te brengen en te komen tot een Voorkeursalternatief waarover de stuurgroep in 2023 kan besluiten.

De 50-procentversie van het Ontwerp POW werd op 1 december besproken in de stuurgroep, waarover programmamanager Jan Willem Kamerman in deze nieuwsbrief in Voor de Boeg ook vertelt. Nu wordt hard gewerkt aan een 80-procentversie, die medio februari in de volgende stuurgroep aan bod komt.

Visie in POW: robuust riviersysteem

Wat moeten we ons voorstellen bij de visie in het POW?

“Natuurlijk werken we met een veilig, vitaal, bevaarbaar en aantrekkelijk rivierengebied voor ogen”, legt Jette uit. “Dat is onze stip op de horizon. Maar de visie zoals we die in het POW beschrijven, is behoorlijk abstract. We zetten vooral op een rij hoe we komen tot wat ik noem een ‘robuust riviersysteem’, dat alle gebruikers van dat systeem faciliteert.”

“Niet alles kan overal, het wordt balanceren.”

Met ‘robuust’ bedoelt Jette dat het riviersysteem klimaatveranderingen zoveel mogelijk moet kunnen opvangen en zichzelf duurzaam in stand houdt. En dat is nodig als we alles wat we in en van het rivierengebied willen, zo goed mogelijk recht willen doen: waterveiligheid, voldoende zoetwater, bevaarbare rivieren, vitale natuur en ruimtelijke en economische ontwikkeling.

“Niet alles kan overal”, beaamt Jette. “Het wordt balanceren.” Dat werd ook al duidelijk in Beeld op de Rivieren, waar we in kaart brachten dat scheepvaart, natuur, wonen, landbouw en recreatie en economische ontwikkelingen allemaal iets anders vragen van het riviersysteem.

Integraal dóen in prioritaire gebieden

Wat dan waar wel of niet mogelijk is, werken Rijk en regiopartners samen uit in integrale uitvoeringsprogramma’s voor de periode 2024-2029 voor de prioritaire gebieden. Dit zijn die (delen van) riviertakken waar als eerste iets móet gebeuren om het riviersysteem voor te bereiden op vaker hoogwater en langduriger laagwater.

Jette Eshuis
Jette Eshuis

Wat de prioritaire gebieden langs de Rijn en Maas zijn, wordt ook vastgelegd in het Ontwerp POW. Jette: “Op deze plekken in het riviergebied vertalen we de nu nog abstracte visie in de praktijk. In de prioritaire gebieden gaan we IRM als eerste echt dóen.”

Uiteindelijk gaan we tot 2050 overal in het rivierengebied gefaseerd aan de slag, maar we moeten ergens beginnen en dat doen we in de prioritaire gebieden, op die plekken waar de opgaven het meest urgent zijn om de IRM-doelen te bereiken.

Juist in de prioritaire gebieden kénnen ze hun regio, hun inwoners en de economische en ruimtelijke wensen. “Met dat robuuste riviersysteem voor ogen kunnen partners daar samen aan de slag”, zegt Jette. “En laten we niet vergeten dat er op veel plekken ook al integraal gewerkt wórdt. Er draaien allerlei projecten en ook onder de paraplu van IRM zijn 15 pilots gestart. Daar moeten we vooral niet mee stoppen.”

“Met álle spelers samen vanuit één aanpak doen wat nodig is.”

Wat Jette betreft komt het straks aan op programma’s en budgetten bij elkaar brengen. Met alle gebiedsgebruikers aan tafel. Denk aan natuur, landbouw, scheepvaart, recreatie, waterschap of gemeente. “Met álle spelers samen vanuit één aanpak doen wat nodig is”, vat Jette bondig samen. In de gebiedsuitwerking(en) wordt voor bewoners en ondernemers ook duidelijk waar hun belangen worden geraakt. Zij worden natuurlijk betrokken bij het maken en uitvoeren van de plannen.

Richtinggevende beleidsbeslissingen

Uit onder meer de Systeembeschouwing leerden we dat ‘afvoercapaciteit’ en ‘rivierbodem’ cruciale knoppen zijn om aan te draaien als we het riviersysteem de gewenste robuustheid willen geven. Dit zijn dan ook de belangrijkste beleidskeuzes in het POW.

Kort gezegd moeten hoogwaterstanden omlaag en laagwaterstanden omhoog. We moeten zorgen dat rivieren bij hoogwater meer water veilig kunnen afvoeren en in drogere tijden water juist minder snel afvoeren en het water dat er is, eerlijk verdelen.

In het Ontwerp POW staat straks hoe we dat regelen. Dat is na vaststelling van het POW leidend voor hoe samenwerkende gebiedspartijen het rivierengebied verder gaan ontwikkelen. Zij krijgen als ‘opdracht’ een bandbreedte mee voor de bodemhoogte en waterafvoercapaciteit en gaan samen aan de slag met integrale oplossingen en gebiedsontwikkeling.

“Eerst de achteruitgang van het riviersysteem stoppen en dan kunnen we verdere verbeteringen doorvoeren.”

“Stap één is de bodemerosie stoppen”, onderstreept Jette. Dat kan door te stoppen met zandwinning uit het zomerbed van de rivier. En door op sommige plekken de bodem op te hogen, bijvoorbeeld in het splitsingspuntengebied van de Rijntakken. Daar gaat door die bodemdaling nu te weinig water naar de IJssel, wat niet goed is voor de zoetwatervoorraad in het IJsselmeer.

POW is eerste stap

Al zal het uitvoeren van de urgente riviermaatregelen om iets te doen aan bodemdaling al een hele klus zijn, toch ziet Jette die echt als eerste stap op weg naar een toekomstbestendig rivierengebied in 2050 en verder.

“Eerst de achteruitgang van het riviersysteem stoppen en dan kunnen we verdere verbeteringen doorvoeren”, legt ze uit. “We zullen het POW over een aantal jaren opnieuw herijken, om in te kunnen blijven spelen op (economische) ontwikkelingen, klimaatveranderingen, nieuw beleid en leerervaringen die we opdoen.”