De Blauwe Draad

Leonie van der Voort

Rivieren lopen als een blauwe draad door het landschap. Verbinden met de stroom mee en tegen de stroom in. Levensaders voor riviermensen; schippers, bewoners, boeren, delfstofwinners, natuurvorsers. In De Blauwe Draad ontmoet ik ze; hoe beleven ze de rivieren en hoe zien ze de toekomst?

Dit keer: Leonie van der Voort, delfstofwinner

Leonie van der Voort
Leonie van der Voort
“Hans, ik ben in het café bij het bezoekerscentrum! Even koffie?” appt Leonie van der Voort als ik de parkeerplaats opdraai. Melden bij de voordeur en bestellen met QR code. De Coronaregels lijken kil, maar de ontvangst is hartelijk. De plek is idyllisch en het weer druilerig. Het ‘even koffiedrinken’ dijt daardoor uit tot een langdurig en plezierig gesprek."Leonie van der Voort, delfstofwinner

Het Nationaal Park De Maasduinen

Ingeklemd tussen Maas en Duitse grens ligt het Nationaal Park De Maasduinen . Het meest kenmerkend aan dit Maasterrassenlandschap zijn de uitgestrekte rivierduinen. De Kraanvogel uit het logo bezoekt in voor- en najaar de vennen en meren waarvan vele door zand- en grindwinning zijn ontstaan. Het bezoekerscentrum in Well is bijzonder gelegen in de oude sluis tussen het Leukermeer en Reindersmeer.
Aangrenzend aan het park wordt aan verruiming van de Maas gewerkt. Bij Well worden nevengeulen gegraven en Maaspark Ooijen Wansum heeft deze zomer haar rol al gespeeld in het veilig afvoeren van het overvloedige regenwater uit Zuid Limburg.

Bioloog in de bouw

Als bioloog bij de gegevensautoriteit natuur van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kwam Leonie van der Voort ruim tien jaar geleden in aanraking met het bedrijfsleven. Een opmerkelijke overstap volgde en ze werd directeur van Cascade, de vereniging waar circa 90% van zand- en grind winnende bedrijven bij zijn aangesloten. “Als je als natuurmens iets wil betekenen, zijn de kansen hier”, zei de toenmalige bestuursvoorzitter en oud directeur van de Stichting Natuur en Milieu. Dat trok haar over de streep, maar wennen was het wel. Sindsdien is Leonie namens Cascade gesprekspartner van natuurorganisaties en overheden en zeer betrokken bij het Programma Integraal Riviermanagement.

Zand en grind

“kijk”, zegt Leonie als zij zich buigt over de kaart van Maasduinen, “vroeger was het hier allemaal bos.” De meren zijn het restant van zand- en grindwinning. Dat ging er indertijd anders aan toe dan nu. “Tegenwoordig kopen wij veelal agrarische gebieden langs de rivier op, winnen het zand en grind en laten het achter als een prachtig mooi natuurgebied” zegt Leonie. “Dit hier – Maasduinen – was alleen zand- en grindwinning. Het had niets met natuur of waterveiligheid te maken.” Dat komt door de wederopbouw na de oorlog. “Je moet goed begrijpen; het land lag in puin. Er moest als een gek gebouwd worden. Je had het Rijks ontgrondingenbeleid dat voorschreef hoeveel zand en grind op welke plek moest worden gewonnen en door wie. Met grote, diepe gaten als gevolg. In 2000 waren we bij met de bouw en is afscheid van dat beleid genomen. De ontwikkeling van projecten werd aan het bedrijfsleven overgelaten. Sindsdien stemmen we af met de gemeentes en bewoners en realiseren we projecten met maatschappelijk draagvlak.” Met een bezoek aan Maasduinen wil Leonie laten zien dat delfstoffenwinning hier - weliswaar onbedoeld – heeft bijgedragen aan een prachtig natuurgebied, het predicaat Nationaal Park waardig. Maar vooral wil ze benadrukken dat natuurdoelen en waterveiligheid tegenwoordig onlosmakelijk verbonden zijn met de zand- en grindwinning langs de rivieren.

Een nieuwe bouwopgave

De tijden zijn opnieuw veranderd. Er is een enorme bouwopgave van 1 miljoen woningen. Maar niet alleen woningen vragen om bouwgrondstoffen, ook de infrastructuur en de energietransitie. Leonie maakt zich hier zorgen over. “Er is genoeg zand en grind in Nederland langs de grote rivieren, maar met de huidige vergunningen kunnen we nog maar een beperkt aantal jaren vooruit. Het kost zo’n tien tot vijftien jaar om nieuwe winningen voor te bereiden in samenspraak met de omgeving. Mijn leden doen nu investeringen voor de komende 30 jaar. Dat is wel een probleem”. Een tekort aan bouwgrondstoffen dient zich dus binnenkort aan. En dan blijkt het ook moeilijk nieuwe vergunningen te verkrijgen. Daar zit volgens haar de misvatting achter dat je in de circulaire economie alleen met gerecycled materiaal bouwt. “Er wordt vele malen meer gebouwd dan gesloopt, de bevolking blijft daarnaast voorlopig groeien, de vraag naar grondstoffen is en blijft voorlopig heel groot. Als je alle vrijkomende grondstoffen bij sloop hergebruikt kun je ongeveer 20% van de vraag invullen en dan heb ik het nog niet over geschikte kwaliteit, het werkelijke percentage zal lager liggen. Met circulair ontwerpen zullen bouwgrondstoffen in de toekomst schoon teruggewonnen kunnen worden, maar er zullen altijd primaire grondstoffen nodig blijven.” Die grondstoffen zitten alleen in de rivieren in Brabant, Gelderland en Limburg. Waarvan het grind alleen in Limburg. ” En voor beton is naast het Nederlandse zand en grind nog wat extra grof materiaal nodig dat we uit Duitsland en België halen. We zijn als Nederland niet helemaal zelfvoorzienend.”, doceert Leonie. Leonie vreest dat het grondstoffenprobleem aanvankelijk zal leiden tot stagnatie van de bouw en dure import. “Het transport is duur, en geeft milieulast, en ……. waar kunnen we het vandaan halen?” Op langere termijn is zelfs de ongewenste terugkeer van de grote diepe gaten van na de oorlog denkbaar.

Coalitie IRM

Naar het zich laat aanzien biedt ook IRM geen oplossing voor het aanstaand tekort aan bouwgrondstoffen. Leonie vindt dat IRM de zand- en grindwinning vooralsnog onvoldoende ruimte biedt. Toch ondertekende ze als een der eersten de Coalitieverklaring IRM, die maatschappelijke partijen wil verbinden met het Programma Integraal Riviermanagement. Op mijn vraag hoe dat zit antwoordt ze “daar zitten de mensen die nadenken over de toekomst van de rivieren! Daar zitten alle partijen die voor mij belangrijk zijn.” en “als je niet meedoet, heb je geen recht van spreken.” Zij vervolgt; “aan de andere kant ben ik al dolblij dat we in IRM als belang worden genoemd. Dat zien we als een goede eerste stap. Belangrijk is dat we de mensen die nadenken over IRM voeden met kennis van wat we voor de bouw aan grondstoffen nodig hebben, wat het betekent als we ze niet meer kunnen winnen. Dat hangt voor mij een-op-een samen met IRM. Maar de bouw is daar op dit moment geen onderwerp. We zijn de hofleverancier van de natuur. We hebben de helft van de beoogde natuurgebieden in Gelderland gerealiseerd zonder kosten voor de overheid. En ik durf te stellen dat Limburg deze zomer redelijk droog is gebleven door onze projecten. We moeten in IRM straks kijken naar nieuwe retentiegebieden binnendijks maar zeker ook naar projecten in het kader van nog meer ruimte voor de rivier. Dan wordt wel zichtbaar dat de zand- en grindwinning te klein in IRM zit.”

Op de valreep wandelen we toch nog naar het Reindersmeer.