Duurzaam, circulair en integraal beheer rivierbodem Midden-Waal

Hoe brengen we de rivierbodem van de Midden-Waal op een duurzame en circulaire manier omhoog met zand en grind? Hoe kunnen we de langsdammen langs de Waal slim benutten? En welke kansen zijn er voor integrale, gebiedsgerichte samenwerking? Dit onderzoeken we in het pilotproject Duurzaam, circulair en integraal beheer rivierbodem Midden-Waal.

In het Programma onder de Omgevingswet voor IRM leggen we beleidskeuzes vast voor de rivierbodemligging, sedimenthuishouding en waterafvoer. Die zijn straks leidend voor het gebiedsgerichte vervolg van IRM.

Vooruitlopend hierop, willen we graag meer leren over hóe we de rivierbodem kunnen ophogen. Met de kennis en ervaringen die we opdoen, kunnen we straks op grotere schaal aan de slag in het rivierengebied.

Bodemdaling moeten we snel aanpakken

Het rapport Systeembeschouwing Rijn en Maas maakt onder meer duidelijk dat we snel iets moeten doen tegen verdere daling van de rivierbodem. En dat die rivierbodem op sommige plaatsen ook snel omhoog moet.

De natuur, de landbouw en de scheepvaart hebben last van de te lage rivierbodem. En die belemmert ook een goede waterafvoer en -verdeling. Bovendien dreigen kabels en leidingen die onder de rivieren doorgaan, bloot te komen liggen en dat is gevaarlijk.

We weten dat de rivierbodem bepalend is voor hoe ons riviersysteem werkt. Vrijwel zeker zal ophoging van de rivierbodem een van de systeemmaatregelen zijn om ons riviersysteem toekomstbestendig te maken. Daarom willen we praktijkervaring opdoen.

Met dit pilotproject (en dat in de Midden-Waal en de Gemeenschappelijke Maas) leren we hoe we ons toekomstige, integrale rivierbodembeleid kunnen vormgeven.

Snel praktijkervaring opdoen

Omdat het vaak langer duurt voor we effecten van riviermaatregelen merken, willen we nu al aan de slag. We hogen de rivierbodem over een klein riviertraject op door zand en grind toe te voegen (suppletie). We willen ervaring opdoen met duurzame en circulaire suppletie door zand en grind uit de Beneden-Waal naar de Midden-Waal te varen.

Blijkt het toevoegen van zand en grind inderdaad een veelbelovende maatregel, dan kunnen we met het grootschalig toepassen ervan tijd winnen om goed na te denken over de aanpak van de oorzaken van de bodemdaling.

Blijkt het toevoegen van zand en grind niet de beste oplossing? Dat is niet erg. We doen namelijk niets ‘onherroepelijks’ en kunnen deze maatregelen makkelijk ongedaan maken.

Wat onderzoeken we nu precíes?

Bij suppleties met zand en grind is een belangrijk aandachtspunt dat het riviersysteem ondertussen goed moet blijven werken. In deze pilot testen we hoe we waterstanden benedenstrooms in bovenstroomse richting omhoog kunnen brengen, door langsdammen in de rivier optimaal te gebruiken.

We willen de Boven-Rijn en Waal natuurlijk bevaarbaar houden als we aan de slag gaan met zand- en grindsuppletie. Om te voorkomen dat de vaarwegdiepte in de Waal afneemt als we het zomerbed in de Boven-Waal ophogen, grijpen we eerst in de Midden-Waal in. Dit doen we door benedenstrooms de laagwaterstanden op te stuwen voor meer vaardiepte.

Door de openingen van de langsgeulen achter de langsdammen die hier liggen dicht(er) te zetten, kunnen we de waterstanden (en ook de grondwaterstanden) verhogen. Het opstuwen van de laagwaterstanden biedt zo ruimte voor rivierbodemverhoging zonder dieptevermindering.

Is de rivierbodem in de Midden-Waal tot aan Nijmegen omhoog gebracht, dan kunnen we de rivierbodem vanaf Nijmegen verder stroomopwaarts (richting Pannerdensche Kop) omhoog brengen. Hiermee trekken we de ‘scheve’ afvoerverdeling bij laagwater geleidelijk recht, zónder dat dit leidt tot minder diepgang.

Integrale samenwerkingsvormen

In deze pilot onderzoeken we ook welke integrale samenwerkingsvormen mogelijk zijn met overheden, maatschappelijke organisaties en private initiatiefnemers in het rivierengebied. Zo denken we behalve zand en grind uit de Beneden-Waal ook materiaal te kunnen gebruiken dat vrijkomt bij het integraal en gebiedsgericht ontwikkelen van het rivierengebied. Door dit sediment te gebruiken voor ophoging van de rivierbodem, ontstaat een win-winsituatie. We willen ook leren hoe we dit organiseren en hoe we samenwerkingsafspraken kunnen maken.

Planning

Voor de voorbereiding van deze pilot hebben we nog een jaar tot anderhalf jaar nodig. Daarna volgt een uitvoeringsperiode van ongeveer zeven jaar. De pilot kent twee fasen: de bepaling van de inzet van de huidige langsdammen en de circulaire suppletie door sediment uit de Beneden-Waal.

Rijkswaterstaat is trekker van dit onderzoeksproject.