Knelpunten riviersysteem

IRM is een logische doorontwikkeling, volgend op programma’s als Ruimte voor de Rivier Maaswerken, NURG (Nadere Uitwerking Rivierengebied) en (KRW) Kaderrichtlijn Water. Maar ook op integrale projecten binnen de Deltaprogramma’s Rijn en Maas.

Maas - Maasbracht
Maas-Maasbracht1.jpg

Uit evenwicht

Het riviersysteem is door menselijke ingrepen uit evenwicht geraakt. Sinds de 16de eeuw zijn rivierbochten afgesneden, kribben aangelegd, dijken verhoogd en eroderende oevers van de rivieren vastgelegd met bestortingen. Deze maatregelen waren nodig voor een goede bevaarbaarheid van de rivieren voor de scheepvaart, maar vooral ook om overstromingen te voorkomen. Met name overstromingen door kruiend ijs waren een groot probleem in de 18de eeuw.

De maatregelen waren voor deze doelen zeer succesvol. Overstromingen vanuit de grote rivieren zijn sinds de oprichting van Rijkswaterstaat in 1798 steeds minder en sinds 1926 helemaal niet meer voorgekomen. Wel kennen velen van ons nog de bijna overstromingen van 1993 en 1995. De scheepvaart is in de afgelopen eeuwen enorm gegroeid in omvang en betrouwbaarheid.

Het klimaat verandert echter en in de toekomst moeten we rekening houden met zowel hogere als lagere afvoeren. Om ook in de toekomst nog een veilige en (economisch) aantrekkelijke leefomgeving te hebben moeten we opnieuw kijken naar de inrichting van het gebied.

De rivierbodem zakt

De ingrepen die hebben gezorgd voor een veilige en goed bevaarbare rivier en hebben er ook voor gezorgd dat de stroomsnelheid is toegenomen. Daarnaast zijn langs de Maas en de Rijn stuwen aangelegd in zowel Nederland als onze buurlanden. Zand en grind kunnen deze stuwen lastig passeren.

Door een verminderde sedimentaanvoer, zand en grondwinning en hogere stroomsnelheden is de rivierbodem op een groot aantal trajecten steeds lager komen te liggen. Dit heeft direct gevolgen voor de stabiliteit van bijvoorbeeld kribben en brugpijlers, de dekking van kabels en leidingen en door dalende (grond-)waterstanden voor onder andere de natuurwaarden in de omgeving.

Doordat de bodem niet overal gelijkmatig zakt resulteert een dalende bodem in nieuwe knelpunten voor de scheepvaart en mogelijk een andere waterverdeling op splitsingspunten in de rivier. Binnen IRM zoeken we naar een structurele oplossingen voor deze problematiek en voeren die vervolgens ook uit.

Natuur en waterkwaliteit gaan achteruit

Door onder andere het rechttrekken van de rivier uit het verleden en het intensieve gebruik van het rivierengebied is de natuurlijke dynamiek van de rivier sterk afgenomen. Hierdoor is ook een groot deel van de natuurlijke variatie aan leefgebieden en bijbehorende biodiversiteit van het rivierengebied verdwenen. Er is sprake van een onnatuurlijke hoge of juist lage dynamiek, verdroging van natuurwaarden en het ontbreken verbindingen tussen de leefgebieden.

Vanuit de landbouw wordt reeds ingezet op een transitie naar extensievere vormen van landgebruik. Met de Programmatische aanpak grote Wateren (PAGW), dat onderdeel uitmaakt van IRM, zetten we in op het herstel en ontwikkeling van robuuste riviernatuur.

Een steeds hogere druk op het gebruik

Het rivierengebied is een zeer aantrekkelijk gebied om te wonen, werken en te recreëren. De druk op het gebied neemt echter toe. Hoe zorgen we ervoor dat het gebied ook in de toekomst aantrekkelijk blijft voor alle gebruikers en we nog steeds het water op een veilige manier kunnen vasthouden en afvoeren?

Duidelijk is dat niet alles overal kan. Het vaker optreden van lage rivierafvoeren stelt ons hierbij nog voor extra uitdagingen. Kaden en loswallen kunnen onder die omstandigheden slechter bereikbaar zijn maar ook de inname van water uit de rivier voor de drinkwatervoorziening of het bieden van tegendruk om zoute kwel vanuit zee kan niet altijd worden gegarandeerd.

We moeten keuzes maken over hoe we met de veranderende omstandigheden in het rivierengebied en de toenemende ruimtevraag willen omgaan. Dit door een slimme ruimtelijke inrichting waarmee uiteindelijk de ruimtelijke kwaliteit van het gebied wordt versterkt.