Aan het woord

Vertrouwen is de cruciale succesfactor voor IRM-samenwerking

Wat zijn kansen en knelpunten in de samenwerking tussen Rijk en regio? Daar willen programmamanagers van de Deltaprogramma’s Rijn en Maas en omgevingsmanager IRM best over in gesprek. De conclusie: we moeten op zoek naar een nieuwe manier van samenwerken, dwars door het bekende heen.

Koos Beurskens, Tom Radstaak en Jeroen Gelinck
Koos Beurskens, Tom Radstaak en Jeroen Gelinck

Toekomstperspectieven richting 2050 met belangrijke ruimtelijke thema’s in beeld en vele projecten en pilots in uitvoering: in het Maasgebied wordt al jaren volop integraal gebiedsgericht gewerkt.

Koos Beurskens: “We doen dat met acht samenwerkende partijen”, illustreert hij, “naast het ministerie zijn dat drie provincies en vier waterschappen.” In een project als Meanderende Maas bijvoorbeeld, worden waterveiligheid, natuur, scheepvaart en recreatie al samengebracht in een mooie integrale uitwerking.

Samenwerkingservaring genoeg dus, maar toch vindt Koos IRM nog best een “spannend vraagstuk”. Alleen al omdat nog veel onduidelijk is over het ‘hoe’. Hoe gaat die integrale gebiedsontwikkeling eruit zien, hoe het financiële, juridische en organisatorische kader?

Al is de ‘inhoud’ - de kaders voor bodemligging en afvoercapaciteit – ook complex, toch zegt Koos: “Ik durf te stellen dat op een andere manier samenwerken de grootste uitdaging wordt.”

Pleidooi voor internationale en bestuurlijke samenwerking

Jeroen Gelinck is een oude bekende van Koos; jaren terug werkten ze al samen in het Deltaprogramma Rivieren. Voor zijn komst naar het Deltaprogramma Rijn was Jeroen programmamanager Sterk Bestuur bij provincie Gelderland en hielp de bestuurskracht van Gelderse gemeenten versterken. “Mijn ervaring is dat gesprekken tussen dagelijks bestuur, algemeen bestuur en ambtenaren helpen bij het maken van haalbare en betaalbare plannen.”

Na een maand bij het Deltaprogramma Rijn merkt Jeroen dat ook langs die rivier al een schat aan leerervaringen is opgedaan. Zowel in ‘technische zin’, maar ook in de samenwerking. “De gebiedsgerichte samenwerking in projecten en pilots gaat volgens mij goed, maar het is de nieuwe uitdaging dit op regionaal niveau te doen. Dat vraagt in elk geval om veel vertrouwen tussen partners en ook dat alle partijen moeten geven en nemen.”

Jeroen pleit ook voor internationale samenwerking. “Er liggen kansen in goede afspraken met België en met name Duitsland om tot de gewenste bodemligging en waterafvoercapaciteit te komen. Het Nederlandse systeem op orde brengen vraagt om afstemming met de ontwikkelingen in Duitsland. Europa heeft ook ontwikkelingsfondsen beschikbaar, die kunnen we ook benutten.”

Deze internationale afspraken horen bij de zogenoemde ‘prioritaire processen’ die na vaststelling van het POW ook uitgewerkt gaan worden.

“Mijn ervaring is dat gesprekken tussen dagelijks bestuur, algemeen bestuur en ambtenaren helpen bij het maken van haalbare en betaalbare plannen.”Jeroen Gelinck, programmamanager Deltaprogramma Rijn

Sectoraal werken doorbreken

Tom Radstaak is sinds oktober als omgevingsmanager IRM aan de slag. “Lang konden we sectoraal werken, maar er komt zóveel op dat riviersysteem af dat keuzes elkaar en allerlei rivierfuncties beïnvloeden. We moeten op zoek naar een nieuwe manier van werken, dwars door het bekende heen.”

Wat dat betreft is het POW echt het begin van een “adaptief pad” richting integrale samenwerking, is Tom zijn overtuiging. Integraal programmeren zal het punt niet zo zijn. Maar het op één lijn brengen van de nu sectoraal georganiseerde procescondities en randvoorwaarden als financiering, fasering en verantwoording: dat zijn complexe vraagstukken.

Tegelijkertijd is er ook al veel om bij aan te sluiten in het Maas- en Rijngebied. “Lokaal gebeurt er al zoveel. Sterker nog: ik denk dat de omgang met het water in ons DNA zit. Ons eerste waterschap was er al in de dertiende eeuw.”

"We moeten op zoek naar een nieuwe manier van werken, dwars door het bekende heen."Tom Radstaak, omgevingsmanager IRM

POW geen mythisch document

Dat de stuurgroep IRM op 1 december aangaf tijd te willen om de inhoud van het Ontwerp POW te doorleven, verbaasde Koos en Jeroen niet zozeer. Mede door de enorme tijdsdruk, merken zij zelf ook dat er soms weinig tijd is om bestuurders goed voor te bereiden, bij te praten en te adviseren. Voor bestuurders is het van belang de maatschappelijke impact te weten.

“Het is belangrijk dat het IRM programmateam zich ook inleeft in hoe dit werkt bij samenwerkingspartners”, tipt Koos. “En ook in de samenwerking tussen ambtenaren en bestuurders hebben we iets te doen.” Zo moet er voldoende tijd en informatie zijn om te kunnen reflecteren op de impact van maatregelen in het rivierengebied.

“Dat herken ik”, zegt Tom. Tijdsdruk is hier debet aan, maar ook de complexiteit van de inhoud. Heel logisch dat de stuurgroepleden de consequenties van beslissingen die we nemen om het riviersysteem beter in balans te brengen, duidelijk in kaart willen hebben, vindt hij. Tegelijkertijd is IRM een zoektocht waarvan we ook niet precies weten waar we uitkomen.

“Ik merk dat de verwachtingen van het POW in de omgeving hoog zijn, misschien wel te hoog. Het lijkt soms een mythisch document dat alle problemen oplost. Terwijl ik denk dat een realistischer beeld is: het POW is een eerste stap met beleidskeuzes die handvatten bieden. Daarna moeten we in de prioritaire gebieden al doende leren en al lerende doen."

"Het is belangrijk dat het IRM programmateam zich inleeft in hoe het werkt bij samenwerkingspartners." Koos Beurskens, programmamanager Deltaprogramma Maas

Urgentie en vertrouwen

“Ik onderschrijf een adaptieve aanpak”, reageert Koos. “Het is belangrijk om aan de slag te zijn en de samenwerking op inhoud vorm te geven. Snel aan de slag dus en dan volgende stappen zetten. Dat de stuurgroep iets meer tijd wil, snap ik, maar laten we vooral niet te veel vertragen.”

Jeroen: “Urgentie is ook nodig om te beginnen. Wat helpt is een helder beeld van de gezamenlijke ambitie: wat willen we nu écht bereiken samen? Juist omdat we niet weten wat we gaan tegenkomen de komende jaren, is onderling vertrouwen zo belangrijk.”

Tom: “Eens. Wat bijdraagt aan dat vertrouwen is wat mij betreft dat we onderling goed weten van elkaar wat er speelt en wat ieders standpunten zijn: daarin wil je niet verrast worden door elkaar. Het onderscheid tussen Rijk en regio is er wat mij betreft eigenlijk niet bij IRM. IRM is van ons allemaal.”

Koos Beurskens is sinds 2015 programmamanager Deltaprogramma Maas. Hij houdt ervan om complexe maatschappelijke opgaven met een gestructureerde aanpak in het partnernetwerk te realiseren. Recent schreef hij een artikel voor Deltanieuws over de complexe vraagstukken bij integrale gebiedsontwikkeling.

Jeroen Gelinck is sinds november 2022 programmamanager Deltaprogramma Rijn. Hij wil graag verbindend zijn op doelen en belangen en is gericht op samenwerking en het nemen van besluiten.

Tom Radstaak is sinds oktober 2022 trekker van omgevingsmanagement, participatie en communicatie bij IRM. Hij houdt zich graag bezig met beleids- en besluitvorming, met samenwerking en interactie in een (politiek) complex speelveld als rode draad.