Systeembeschouwing

Met de Systeembeschouwing (SB) verkennen we wat er nodig is voor een goed functionerend meervoudig bruikbaar riviersysteem. Ingrepen in de rivier hebben invloed op de beweging van het water en het sediment door de rivier. De SB helpt ons zicht te krijgen op deze processen en de effecten ervan op functies van de rivier en gebruiksfuncties op en langs de rivier.

Status: gestart

Waarom een Systeembeschouwing?

De Systeembeschouwing vormt een belangrijke bouwsteen van IRM. Het geeft sturing bij het samenstellen van kansrijke alternatieven (richtinggevende principes). Het levert bovendien toetsingscriteria op voor de beoordeling van de alternatieven op hun effecten op het systeem.

In rivieren heeft ieder ingrijpen onvermijdelijk gevolgen voor het systeem en de daarvan afhankelijke functies. Soms zijn deze gevolgen pas na vele decennia zichtbaar. Soms ook op grote afstand van de ingreep zelf.

Zo voelen we steeds sterker de gevolgen van de bedijkingen van eeuwen geleden en van de normalisatie in de 19e eeuw. De afvoercapaciteit is afgenomen, een hoogwatergolf verplaatst zich sneller door de rivier en de hoogwaterpiek vlakt minder af. De rivierbodem in het zomerbed past zich aan (erosie in bovenstroomse riviertrajecten en aanzanding benedenstrooms) en de uiterwaarden slibben op.

Dit werkt door in veranderingen in hoog- en laagwaterstanden en de verdeling van het water over de riviertakken. Een zichzelf versterkend proces met steeds grotere consequenties tot in de wijde omgeving. Consequenties voor waterveiligheid, zoetwatervoorziening, scheepvaart, natuur en vele andere van (grond)waterstanden afhankelijke functies.

Dit, in combinatie met klimaatverandering en de invloed daarvan op het afvoerregime van de grote rivieren en de zeespiegel, noopt tot aanpassingen. Daarbij moeten we rekening houden met de gevolgen van die aanpassingen voor het systeem als geheel. Een brede reflectie op het systeem biedt de kans om (soms onvoorziene) onvolkomenheden in het riviersysteem te repareren.

Om meer zicht te krijgen op wat er nodig is om het riviersysteem ook in de toekomst goed te laten functioneren voeren we binnen IRM dan ook een systeembeschouwing uit. Met een beschrijving van de huidige situatie en de toekomstige ontwikkeling van de riviersystemen Rijn en Maas (rivier, uiterwaarden en de waterbouwkundige kunstwerken). En een duiding daarvan voor de verschillende functies van de rivier en gebruiksfuncties op en langs de rivier.

Hieruit volgt een beeld van grenzen aan de draagkracht van het systeem waar we nu al, of in de toekomst, tegenaan lopen. We krijgen beter zicht op wat er goed gaat of juist niet, wat de effecten en dilemma’s zijn, de interacties tussen systeem en functies en wat er wel en niet kan. Ook geven we een overzicht van mogelijke systeemmaatregelen die bijdragen aan een beter functionerend systeem. Met een indicatieve en dus geen kwantitatieve uitwerking.

 

Eerste resultaten

Als eerste stap is in de periode najaar 2020 - voorjaar 2021 een analyse op hoofdlijnen uitgevoerd op basis van beschikbare kennis (rapid prototyping). Op de bouwdagen van november 2020 zijn de eerste inzichten gepresenteerd en in de zomer van 2021 is het resultaat van de eerste fase beschikbaar gekomen. Een aantal belangrijke noties en vraagstukken zijn geïdentificeerd die in de tweede fase verder zullen worden uitgewerkt

Ten eerste hebben de riviersystemen te maken met externe ontwikkelingen, dat wil zeggen ontwikkelingen waar in het kader van IRM niets aan te doen valt: een veranderend afvoerregime van de rivieren dat als gegevenheid moet worden beschouwd en een majeure opgave voor IRM vormt. Het gaat daarbij om de gevolgen van klimaatverandering en van ontwikkelingen in de stroomgebieden voor het afvoerregime van de rivieren en om de implicaties van de zeespiegelstijging.

Ten tweede neemt de systeembeschouwing de toestand en ontwikkelingen van de Rijn en Maas in het plangebied van IRM onder de loep. Het gaat dus om de ontstane toestand en nog voortgaande veranderingen die het gevolg zijn van een respons van het riviersysteem zoals dat is veroorzaakt door menselijk ingrijpen in het verleden. Naast een korte beschrijving van de toestand en ontwikkelingen, worden vooral de gevolgen voor de geo-ecosysteemdiensten die de rivieren aan de Nederlandse samenleving leveren geduid, door aan te geven welke functies en waarden er nadeel van ondervinden.

De systeembeschouwing laat zien dat er voor Rijn en Maas dezelfde type systeemvraagstukken spelen:

  • Beschikbaarheid en verdeling van zoetwater over de riviersystemen Rijn en Maas staat onder druk. De oorzaken verschillen per riviersysteem. De Maas is een regenrivier en krijgt vaker en langduriger te maken met lage afvoeren. Dat vraagt specifiek voor de Maas om betere buffering van zoetwater en beperken van waterverliezen tijdens droge omstandigheden. Voor de Rijn is vooral het geleidelijk scheeftrekken van de afvoerverdeling bij lage rivierafvoeren (door ongelijke bodemtrends in het zomerbed) aandachtspunt. De verandering van zoetwaterverdeling over de Rijntakken levert problemen op voor de zoetwatertoevoer naar strategische zoetwaterbuffers (IJsselmeer, West Nederland i.v.m. verzilting).
  • Grootschalige (ongelijkmatige) bodemtrends in het zomerbed en de verstoringen in de sedimenthuishouding hebben negatieve effecten op functies van, langs en op de rivier. Dit speelt bij Rijn en Maas, maar is voor elk systeem wel anders van aard. Ook zijn de problemen in gestuwde delen anders van aard dan in ongestuwde - vrijstromende - delen.
  • Het rivierbed is te krap om de (toekomstige) hoogwaterafvoer veilig door de riviersystemen Rijn en Maas te loodsen. Ook hier geldt een verbijzondering van de problematiek per riviersysteem. Extra afvoer- en bergingscapaciteit tijdens hoogwateromstandigheden is in beide systemen nodig om de (toekomstige) hoogwaterafvoer veilig te accommoderen. Specifiek voor de Rijn geldt dat de beleidsmatige afgesproken afvoerverdeling over de Rijntakken in het extreme bereik niet goed aansluit bij de dimensies van het winterbed. De beleidsmatig afgesproken afvoerverdeling is daardoor bij extreem hoogwater niet goed te realiseren.
  • Riviersystemen Rijn en Maas zijn te statisch – onvoldoende dynamiek (hydraulica en morfologie) – om ecologisch goed te functioneren. Dit speelt ook bij de Rijn, maar geldt voor Maas nog veel meer. Door normalisatie en kanalisatie en de plaatsing van stuwen is de Maas een sterk gereguleerde rivier geworden, met een onnatuurlijk ruim gedimensioneerd zomerbed en is de dynamiek in de stuwpanden veel minder dan bij de vrij-stromende riviertrajecten (Grensmaas, Rijntakken). Daarnaast zijn voor ecologisch goed functioneren, leefgebieden van formaat nodig en is betere connectiviteit tussen leefgebieden (langs en dwars op de rivier) nodig.

 

In de tweede fase van de systeembeschouwing zal aandacht worden besteed aan:

  1. Bijdrage aan de NKA activiteit om invulling te geven aan slimme combinaties voor de systeemknoppen afvoercapaciteit en rivierbodem & sedimenthuishouding.
  2. Uitwerking (meer kwantitatief maken) van systeemcondities en criteria die nodig zijn om de verschillende geo-ecosysteemdiensten goed te kunnen vervullen.
  3. Uitwerking van systeemmaatregelen en verkenning effectiviteit ervan.
  4. Duiding van onzekerheid in systeemontwikkelingen en betekenis ervan voor alternatiefontwikkeling en effectbeoordeling.
  5. Aanscherping van systeemvraagstukken

Globale planning

voorjaar 2021

Analyse op hoofdlijnen op basis van beschikbare kennis (‘rapid prototyping”)

winter 2021

Nadere verdieping en onderbouwing in afstemming op de informatiebehoefte uit het bouwen aan kansrijke alternatieven (NKA)

Deze planning is onder voorbehoud.

Bouwstappen

Analyse op hoofdlijnen op basis van beschikbare kennis
 

 

Nadere verdieping en onderbouwing

Neem contact op

Welkom bij onze BouwplaatsIRM
Laat hier jouw gegevens achter en we nemen zo spoedig mogelijk contact met je op